NIEUW:

3 Artikelen
 


Spring 2007 issue of the USA Body Psychotherapy Journal honoring Stanley Keleman for his lifework

 

New CD and DVD of Stanley Keleman’s presentations in England and Germany 

 

 

Stanley Keleman is sinds het begin van de zeventiger jaren lid van de AAP.  Hij heeft een privé praktijk en geeft internationaal lezingen en workshops over formative psychologie en haar klinische toepassing. Hij heeft uitgebreid geschreven over het leven van het lichaam. Tegenwoordig maakt hij video's over interne somatisch emotionele verbeelding en menselijke functie.

In somatisch werken met mensen wordt de intieme onderlinge verbinding van dromen en belichamen onthuld. Dromen zijn belangrijk, omdat zij directe uitdrukkingen zijn van onze diepe somatische realiteit en zij verlangen de aandacht van de bewuste hersenen om de emotionele groei van ons lichaam voort te zetten. Mijns inziens zijn zij verbonden met de stadia van ons belichaamd leven

Toen ik een relatie begon op te merken tussen fysiek werken en een toename van mijn dromend leven raakte ik geïnteresseerd in somatisch werken en dromen. Ik nam een overeenkomstige relatie bij cliënten en hun dromen waar. Werkend aan bijvoorbeeld assertiviteit, aan het verhogen van gewaarwording in de benen, of aan het verkrijgen van een besef hoe je je lichaam van je gevoelens distantieert, bracht moeiteloos dromen van geen steun, van ten onder gaan, of van zelfverzekerd voortschrijden te voorschijn. Hoe het lichaam zich droomt kan richting gevend zijn voor de therapie. Geconfronteerd wordend met leeftijdsverandering, een ander lichaam hebbend, iemand anders zijn, zou het werken aan zachter worden of assertiever worden, kunnen oproepen.

Dromen maken ons duidelijk hoe het somatische zelf zich oefent en zich klaar maakt om te voorschijn te komen. Dromen zijn het innerlijk van de soma zoekend naar belichaming. Zij zijn onze innerlijke realiteit, gebruik makend van de taal van de samenleving en ingebed in een niet-sociale tijd en ruimte. Het minder gevormde (underformed) en weinig lichamelijke (undersomatized) lichaam is hongerig naar meer lichaam en kondigt dit in de droom aan. Somatisch werken met een droom is het voelen van de karakters van de droom als verlangens of emoties die naar belichaming zoeken in de bewuste realiteit.

Jorge L. Borges, de Argentijnse schrijver, vertelt een verhaal over een man, die zich een zoon wenste. De man begon zijn creatie door hem deel voor deel, gedurende een periode van vele nachten, te dromen. Toen hij klaar was bad hij tot de vuurgod om de zoon, die hij had gedroomd, leven te geven. Het verhaal eindigt als de dromer ontdekt dat hij, evenals zijn creatie, ook een creatie van één of andere dromer is.

Borges verhaal biedt een inzicht in de rol die dromen in het lichamelijk imaginatie proces spelen. Dromen maken beelden en schikken ze in een verhalende vorm. Het droomproces verbindt het lichaam, dat we zijn, met die, welke we worden. Dromen zijn deel van de wijze waarop het lichaam de voortgaande relatie tussen het overgeërfde lichaam, zijn archaïsche brein, en het persoonlijke corticale lichaam van de nieuwe hersenen handhaaft. Dromen zijn zo gezien een deel van de realiteit van het belichaamd leven.

Dromen tonen aan wat wordende is maar nog niet volledig gerealiseerd. Terwijl het lichaam groeit en zijn somatische identiteit vormt, praat het tot zichzelf in vele talen. Eén ervan is de droom. Het lichaam als proces is altijd verbeeldend en dromend bezig over zijn volgende vorm en hoe haar te incarneren. Borges, de dromer, vertegenwoordigt ons allemaal, dromend van het lichaam dat we zijn en het lichaam welke we zullen worden.

Zijn verhaal vertelt ons ook over een innerlijke ervaring, hoe droom en bewuste toestanden twee zijden zijn van het belichamingproces. Dromen en onze mogelijkheid toegang tot dromen te vinden, demonstreert de relatie die we tot onszelf hebben. Zo leren we zowel van het verschil als van de overeenkomst tussen het nacht "zelf" en het dag "zelf", hoe verlangens en beelden verbonden zijn . Er is een continuïteit tussen lichaamsproces en droombeeld. Het van zichzelf niet bewuste lichaam doet beroep op de cortex voor beelden van zichzelf. Het bewuste brein appelleert aan zijn eigen lichaam om zijn beelden leven te geven. Borges dromer, die zich een kameraad wenst, schrijft niet alleen maar over een letterlijke nakomeling maar ook over een innerlijke broeder/zoon. Zijn thema stemt zowel overeen met het christelijke verhaal van wederopstanding - God zendt zijn zoon - als met het Golem verhaal van de Hebreeuwen, het scheppen van een mensachtig wezen. Het thema van zelf-generatie van zichzelf uit zichzelf, is eveneens deel van de complexiteitstheorie, de meest recente denkwijze over evolutie.

Deze verhalen delen een gemeenschappelijk thema, namelijk de relatie tussen de emotionele centra en de reflex centra van de hersenen en de meer bewuste en willekeurige cortex. De hersenen maken een beeld van het lichaam en vragen dan aan het lichaam dit leven te geven. Borges verhaal verdiept het thema van menselijke participatie in de vorming van de bestaansvormen, van jeugd tot volle volwassenheid tot rijpheid en dan tot ouderdom.

We kunnen van dromen leren, omdat we betekenis en associatie opnieuw kunnen organiseren en tevens hun somatisch-emotionele structuur kunnen beïnvloeden. Dromen hebben een emotionele matrix waarin droomkarakters of objecten ingebed zijn. Ofschoon we droombeelden en voorstellingen proberen te decoderen, leren we niet ze te ervaren als een innerlijke omgeving en ze te zien als uitdrukking van een lichamelijke toestand. Dromen zijn deel van het mysterie van somatische wijsheid, het proces van de soma, welke zichzelf bewust wordt van het hebben van een subjectiviteit. Terwijl het lichaam zijn subjectiviteit groeit, vormt de cortex beelden en motorische expressies die ermee in overeenstemming zijn. Als het lichaam droomt, gebruikt zij het corticale verbeeldend vermogen van de soma, of haar toekomst ontwerpend vermogen om haar wijze van aanwezig zijn te beïnvloeden.

Twee aspecten van ons lichaamsproces, het overgeërfde en het sociaal ervarene, organiseren en vormen een intermediair subjectief gebied. Deze complexe relatie vormt een levensvorm op zichzelf, die de uiterlijke en innerlijke vorm beïnvloedt. Ons lichamelijk leven is zijn eigen subject, en het ervaren van zijn ervaring maakt het een persoonlijke ervaring. Ons lichaam is het subject van zijn eigen leven, de bron en referentie voor leven. Het lichaam als een proces heeft een essentiële relatie met zichzelf. Dromen is intiem zijn met zichzelf.

Droombeelden zijn snapshots van het ongebroken, maar niet lineair, continuüm van lichaamsvormen, expressies, gevoelens, en gebaren. De overgeërfde diepe hersenen van het lichaam tatoeëert continue zijn beelden op de receptieve en dynamische cortex van het brein. De hersenen hebben dezelfde functie als zijn naaste verwante de huid in het ontvangen en absorberen van lichaamspatronen. De lichaamspulsaties, waarvan de droom er één is, verdiept de relatie van het lichaam tot zichzelf door osmose en willekeurige beïnvloeding, aldus persoonlijke identiteit scheppend.

De droom is somatische activiteit, sprekend over zichzelf en zich voorbereidend op de bewuste wereld. Het instinctmatige lichaam en de persoonlijke, sociale somatische vormen praten met elkaar. Sommige mensen dromen van de wilde man of vrouw, zelfs als zij leven als oppassende sociale burgers. Elk zelf beïnvloedt door middel van een innerlijke dialoog de midden hersenen en de cortex. Het lichaam is een prikkelbaar, samentrekbaar continuüm dat ontvankelijk is en in staat is zijn vorm te veranderen. Dromen veranderen, evenals het hart, ook voortdurend van vorm, een pulsatie van stabiel naar minder stabiel en terug naar opnieuw stabiel. Deze cellulaire pulsaties verdiepen het gebied van weefsel metabolisme en emotionele expressie. De droom die wordt georganiseerd door de pulsatie van het lichaam, helpt de soma een persoonlijke structuur en een gevoel van aanwezigheid te geven.

De werkmethode met een droom is om haar meer volledig te verbinden met haar eigen bron, het lichaam. In deze benadering, is de focus meer gericht op de somatische expressie dan op betekenis en interpretatie. Dromen gaan over het organiseren: hoe we onze lichamen gebruiken om in de wereld te zijn en hoe we het lichaam dat we leven bewonen. We gebruiken dromen om een somatische realiteit en een complexe subjectiviteit te laten groeien die vele realiteiten omarmt.

In somatisch werken met de droom, vraag ik de mensen hun droom voorwaarts en achterwaarts te vertellen om zo tot het ervaren van een niet-lineaire realiteit te komen. Door op een langzame en gecontroleerde wijze vooruit en achteruit tussen verschillende somatische vormen te gaan, engageren we de cortex en de spierpatronen van de hersenstam. We beginnen intiem te worden met hoe we het gegeven lichaam en de lichaamsbeelden in de hersenen ervaren. Deze benadering genereert gevoelens en herinneringen die geassocieerd zijn met de groei van ons persoonlijk lichaam.

Werken met de droom, zijn sequensen verlangzamend en de karakters beeld voor beeld bevriezend - de uitdrukkingen en gebaren van het lichaam - verlevendigt gevoel en verbeelding. De droom vooruit en achteruit vertellend, intensiveert de karakters en brengt de relatie tussen de verschillende lichamen tot stand.

De praktische toepassing van deze praktijk heeft vijf stappen:

Stap 1: Zich de droom herinneren in de taal en in de ervaring van het lichaam of de hersenen

Stap 2: Het intensiveren van de somatische karakters van de droom, hun structuur en expressies meer manifest makend, door een proces van neuro-musculaire intensiteit en differentiatie.

Stap 3: De corticale en vrijwillige functie gebruikend om het uit elkaar nemen van de somatische structuur van de karakters, te beïnvloeden. Stappen 2 en 3 zorgen voor een ervaring die centraal is aan alle somatische processen namelijk het organiseren en desorganiseren van gedragsopeenvolgingen.

Stap 4: De soma leert te containen (bevatten), wat door te dromen beschikbaar geworden is, namelijk de voortdurende vloed van gevoelens en vormen die zich opnieuw verzamelen en een subjectiviteit begint te incuberen.

Stap 5: We belichamen opnieuw, geven vorm aan gevoel, incorporeren onze somatische en persoonlijke identiteit.

Dromen geven een subjectiviteit aan onze somatische existentie. Somatisch werken geeft de soma zowel een verhaal als een proces, waardoor het zijn eigen bestemming groeit: geboren te zijn, aanwezig te zijn, te sterven. De significantie van deze realisatie spiegelt onze voorstelling van onsterfelijkheid. 

Vert.: Keleman gebruikt hier het woord voluntary waarbij de nadruk ligt op weloverwogen jezelf inzetten. Dit in onderscheid tot volition wat meer een gewoonte inhoudt

Voor vragen en informatie: gine.dijkers@planet.nl

The contents of this site are copyright© 1999, Stanley Keleman
All Rights Reserved.